U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

 

 

  

  

 

Station Oss

Nergens ruikt het perron
zo pittig naar worst.
Soms geurt alles naar erwten,
vooral ’s winters.
Alleen de pil ruik je nooit.

 

Kitty Schaap

 

SchaapTeksten 

De schepping

Gepost 2015/12/16

We hebben twee kleinzonen te logeren. Met ijle sopranen waar Bach jaloers op zou zijn vullen ze het huis met hun gesnater.

Het is bijna Kerst, dus alle staat in het teken van de religie.  De here God is de baas over alles’ verkondigt een vijfjarige kleinzoon, die een Christelijke basisschool bezoekt. ‘Hij zorgt ook voor ons.’ Zijn bijna vijfjarige neef, die de openbare school bezoekt, is het daar mee eens. ‘Maar het kindeke Jezus bestaat niet,’ vult hij aan.
‘Goed, dan doen we of het kindeke Jezus niet bestaat, maar de dino’s zijn wel echt, oke?’
‘Oke, die bestonden wel, maar toen kwam de oerknal en toen zijn ze uitgestorven. Net als oude opa.’
Er is geen speld tussen te krijgen. Ze gaan over tot het zingen van kerstliederen, al legt de religieus geschoolde kleinzoon het dit keer af tegen zijn ongelovige neef, die er zes uit zijn mouw schudt, in diverse talen nog wel. Er zijn duidelijk verschillende prioriteiten in het basisonderwijs.
‘God bestaat niet,’ constateert even later de relikleuter op weg naar het oertijdmuseum.
‘Maar in Syrie is het oorlog, dat is heel zielig voor de kinderen.’
Vijfjarigen weten tegenwoordig wat er in de wereld om gaat.
Dan zijn we bij het Oertijdmuseum, en gaat alle aandacht naar een voorlichtingsfilmpje over de sauriërs, die in een regen van stenen en giftige gaswolken ten onder gaan.
Na een rondje langs het buitengebeuren mogen ze wat uitzoeken in het winkeltje. De keus valt met grote stelligheid op een dino-ei, dat er dagen over gaat doen om in het water uit te komen, en een scherpgetande plastic Tyrannosauruskop, die door middel van een uiterst fragiele constructie open en dicht kan en vermoedelijk geen lang leven beschoren is.
Thuisgekomen vergeten de twee de dino’s en gaan even geheel los op het keyboard, waarbij de een improviseert en de ander sensueel op de stoelleuning danst. De rockband is vermoedelijk niet ver meer weg.
Dan gaan ze naar een grijsgedraaide dvd van het Molletje kijken, een beproefde formule om de rust weer te laten keren, en gelijk een mooie gelegenheid om de berg kleren, knuffeldieren en transformers in te pakken.
Bij het thuisbrengen aan het eind vande volgens ons zeer geslaagde logeerpartij ziet een van de moeders het nog uit te broeden dino-ei.
‘Daar heeft-ie de vorige keer 5 dagen niet van geslapen,’ zegt ze verwijtend. ‘Hij keek iedere minuut of het al uit kwam. Hadden jullie nu echt niet iets anders mee kunnen brengen?’