U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

 

 

  

  

 

Station Oss

Nergens ruikt het perron
zo pittig naar worst.
Soms geurt alles naar erwten,
vooral ’s winters.
Alleen de pil ruik je nooit.

 

Kitty Schaap

 

SchaapTeksten 

Postuumpje

Gepost 2015/12/16

Toen ik Saga veertien jaar voor het eerst ontmoette, in een weiland bij Zijtaart waar ze samen met haar volwassen zoon aan het grazen was, vond ik haar niet zo mooi.

Ze was klein, had een beetje ouderwets type voor een IJslander en was bepaald niet perfect gebouwd; rare hoeven, een kort nekje, een klein hoofdje met dito oren en bijpassend mondje. Alleen haar kleur sprak me aan. Roodachtig, met een prachtige staart met alle kleuren van de regenboog erin, als de zon er op scheen. En ze was lief, dus ze mocht mee. Een paard krijg je ten slotte niet iedere dag cadeau, en als klap op de vuurpijl was ze ook nog drachtig van een mooie muisgrijze hengst. Dat je niet meer op haar rijden kon vonden we helemaal niet erg. Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken uiteraard. We bedankten de gulle gevers en namen haar mee.

Ze vond het eerst niets bij ons. Draaide voortdurend rondjes om aan te geven dat ze helemaal niet blij was met de verhuizing, als zwangere vrouw nota bene. Maar het wende snel. Ze besloot dat ze hier de oudste en belangrijkste merrie was, die gelijk na Kolbakur kwam, onze gewezen hengst. Die taak vervulde ze met verve. Hield de boel in de gaten, stond zenuwachtig hinnikend te wachten wanneer andere paarden uit rijden gingen, want de kudde wilde ze kostte wat kost bij elkaar houden. Toen haar mooie muisgrijze veulen Askja geboren was verdedigde ze het met hand en tand. Vieze paarden met ongewassen hoeven mochten er gewoon niet aankomen, zoveel was duidelijk. Ze was gewoon een goede moeder.
Met een engelbewaarder. Om de haverklap ging ze bijna de pijp uit, aan een achtergebleven nageboorte of een mysterieuze ziekte die haar bijna op een doodvonnis kwam te staan. Maar doodgaan, daar had ze helemaal geen zin in. Dus kwam ze weer thuis en leefde gewoon weer door, waarbij ze nooit liet merken dat ze ergens last van had.

Bijna tweeëndertig jaar hield ze dat vol, steeds ouder en magerder. De kuipen pap die we haar voerden ging wel naar binnen, maar zorgden niet voor enige gewichtstoename, in tegendeel. Ze was een wandelend geraamte, zoals een heel oud mens.
Er kwamen steeds meer kwalen. We raakten er ook aan gewend dat ze er zo uit zag. Ze kreeg een deken tegen de kou en de regen, dat vond ze niets. Ze mocht extra in de tuin staan, haar lievelingsplek. De hele dag stond ze in het weiland klaar om daar heen te verhuizen en lekker wat te grazen, hoewel ze het gras steeds moeilijker weg kreeg. Verleden week kon ze ineens lastiger lopen, ze lag veel en leek pijn in haar achterbenen te hebben. Ook hoestte ze weer, al deed ze dat wel vaker. Toen ik haar ’s nachts liggend in de paddock vond wist ik met zekerheid dat het moment gekomen was; we moesten afscheid van haar nemen. 
Afscheid van een paard neem je niet zomaar. Er moet heel wat gebeld en geregeld worden, want euthanasie bij een dier is een vak apart. Om van de uitvaart maar niet te spreken. Je bent zelf begrafenisondernemer. Dat vraagt vastberadenheid en kracht. Saga nam het ons niet in dank af. Ze wilde nog helemaal niet dood, al kon ze bijna niet meer lopen. Dat liet ze merken ook, ze wilde nog helemaal geen afscheid nemen.
Wij ook niet. Toch was het een juiste beslissing, al doet die nog steeds vreselijk pijn.

Saga Ragnu og Drekidottir fra Hestatjald, we missen je ontzettend. Geen schim onder een dekentje, waarvan we ons iedere ochtend bij het opstaan bezorgd afvroegen of ze er nog wel was. Geen zorgen meer. Wel een nieuwe stal, die voor haar was bedoeld maar te laat kwam. Mooie herinneringen. En veel verdriet.